blogs


Hans zei ‘hoi’

ik in Sonsbeek“Ik ben met mijn medicijnen gestopt”. Hans zegt het rustig alsof het niks voorstelt. Ik weet wel beter. Zonder medicijnen kan Hans danig in de war raken. Niet dat ik hem als zodanig heb meegemaakt. Ik ken hem alleen ‘met’.

“ Is dat nu wel zo’n goed idee?” vraag ik overduidelijk weifelachtig.
“Ja, ik word er duf van. En ik denk dat ik wel zonder kan.”
Ik zeg niets meer. Wat moet ik zeggen? Hans is een volwassen man. Het is zijn leven en wie ben ik?

buurvrouw

Ik ben de buurvrouw van Hans. Nu ja ‘buurvrouw’ ik woon niet naast hem maar wel om de hoek. Een paar passen en we kunnen bij elkaar op bezoek. Toch heb ik Hans niet leren kennen omdat ik toevallig vlakbij woon. We werken bij dezelfde organisatie als vrijwilliger. Daar werken we samen met ene Michiel en interviewen – op het moment- kleine milieu groepjes in de regio. Als het goed is komt binnenkort ons eerste blaadje met een overzicht van de groepen uit.

Vanaf dag één heb ik wat te doen met Hans. Hij is een einzelgänger en verzorgt zich niet al niet te best. Naast de indringende geur van sigaretten ruik ik ook oud zweet in zijn kleren. Zolang ik niet met mijn neus op hem hoef te zitten, interesseert dit me niet. Hans is aardig en daar gaat het om. Omdat we bij elkaar in de buurt blijken te wonen krijgen we wat meer contact. Ook zijn huis stinkt en ik begrijp dat het Hans niet lukt het zelf schoon te houden. Eens per week komen ofwel zijn moeder ofwel een tante om te poetsen. Het is me inmiddels duidelijk dat Hans psychisch wat mankeert en medicijnen gebruikt om te functioneren.

paranoïde

Een tijdje nadat Hans met zijn pillen is gestopt, gaan we naar de Posbank om te wandelen. Een gezamenlijke hobby. Even er lekker uit.
“We worden afgeluisterd” fluistert Hans plotsklaps.
“Wat bedoel je?”
“En in de bomen hangen camera’s….ze zien ons” vervolgt Hans zonder op mijn vraag in te gaan.
Een kille angst slingert als een wonder-snel groeiende wingerd om mijn hals want ik heb het direct door: Hans is met zijn medicijnen gestopt. Ik ben helemaal alleen in het bos met een paranoïde man en dat vind ik bepaald geen prettige gedachte.

Al snel gaat het bergafwaarts met Hans. Hij wordt boos wanneer ik zeg dat hij wellicht toch weer medicijnen moet gaan gebruiken. In zijn ogen verander ik al snel van aardige buurvrouw tot één van ‘hen’. Zij die hem afluisteren en het op hem gemunt hebben. Ik ben blij wanneer ik naar een andere buurt verhuis. Maar ik kom Hans nog regelmatig tegen. Dan schreeuwt hij rare beschuldigingen naar mijn hoofd over dat ik in Brussel mooie praatjes verkoop, maar hij trapt daar niet in.

schreeuwen

Op een dag wandel ik met een vriendin in het park. In de verte zie ik Hans aankomen en ik bid want ik voel hem al aankomen.
Het is al jaren aan de gang; het geschreeuw…En inderdaad. Mijn vriendin schrikt zich een hoedje wanneer Hans begint te schelden. Gelukkig passeert hij wel en loopt hij door. Ik vertel dat dit al jaren speelt. Zij raadt mij aan Hans te zegenen zodra ik hem zie. En vanaf die dag doe ik dat ook.

We zijn inmiddels zo’n achttien jaar verder. Achttien jaar waarin ik Hans alleen schreeuwend naar mij toe meemaak. Achttien jaar van op mijn hoede zijn wanneer ik ga wandelen, want Hans komt vaak in het park. Hij heeft inmiddels een hond, dus vandaar.

Maar vandaag is een wonder geschied. Ik ben onderweg naar de supermarkt en zie hem vanuit mijn ooghoek. Hij zal mij echt van dichtbij passeren.

In gedachten zeg ik: “Ik zegen jou”

En Hans zegt “Hoi”.

Next page →